
Deel 1 – Wat verandert er in Box 3 vanaf 2028?
Na jaren van onzekerheid ligt er dan eindelijk een wetsvoorstel voor een nieuwe Box 3 systeem dat vanaf 2028 zou moeten ingaan. Dit is nodig omdat het huidige systeem – waarin fictieve rendementen worden belast – door de Hoge Raad onwettig is verklaard. Er is veel gespeculeerd over een vervangend systeem, maar nu is het er: een document van 132 pagina’s. Deze twee blogs geven een beknopte samenvatting van de belangrijkste punten eruit.
Het grootste verschil met het bestaande systeem is uiteraard dat voortaan een daadwerkelijk rendement belast gaat worden in plaats van een fictief rendement. Uitgangspunt is dat zowel direct rendement (huur, dividend, rente) als indirect rendement (waardestijgingen) belast gaan worden.
Heffingsvrij resultaat
In plaats van een heffingsvrij vermogen zoals dat nu bestaat komt er een heffingsvrij resultaat. Voorlopig is dat vastgesteld op 1.800 euro per jaar. Hierover wordt dus niet geheven. Deze drempel wordt pro rata verdeeld over binnenlands en eventueel vrijgesteld buitenlands vermogensrendement.
Tarief
Het voorgestelde tarief op het belastbare resultaat is 36%. Dit tarief kan nog aangepast worden in het Belastingplan voor 2028, dat herfst 2027 gepresenteerd wordt.
Bankrekeningen
In theorie zou een ingewikkeld systeem moeten worden opgetuigd van eindvermogen minus beginvermogen plus onttrekken minus stortingen om de vermogenstoename op een bankrekening te bepalen zonder bepaalde inkomsten dubbel te belasten. (Salaris bijvoorbeeld is al in Box 1 belast.) In de praktijk zal de vermogenstoename op bankrekeningen bepaald worden aan de hand van rente-overzichten die de banken aanleveren. Complicaties kunnen optreden bij valutaresultaten. Belasting wordt geheven over inkomen in euro’s.
Vastgoed
De eigen woning blijft in Box 1. Hetzelfde geldt voor vastgoed dat een (deel van een) onderneming vormt. Andere vastgoedbezittingen vallen in Box 3. Deze bezittingen kennen in principe twee vormen van rendement:
- direct (huur) en;
- indirect (waardestijging of -daling).
Direct rendement wordt jaarlijks belast, waarbij onderhoud en periodieke kosten (zoals hypotheekrente) aftrekbaar zijn. Indirect rendement wordt belast wanneer het gerealiseerd wordt. Van die realisatie zullen bepaalde ‘verbeteringskosten’ aftrekbaar zijn. De beginwaarde is de WOZ-waarde per 1 januari 2028. Eerdere waardestijging is immers al fictief belast. Dit kan dus een reden zijn om bezwaar te maken tegen een te lage WOZ-beschikking.
Hiernaast wordt er toch weer een vorm van fictief rendement ingevoerd, namelijk voor de niet-verhuurde Box -3-woning, waar het gebruiksgenot (forfaitair gewaardeerd op 3,35% van de WOZ-waarde) belast wordt. Vastgoed zal dus altijd direct rendement hebben: daadwerkelijk vanuit huurinkomsten, of fictief bij gebrek aan huurinkomsten. Inkomsten uit buitenlands vastgoed zullen doorgaans op grond van belastingverdrag vrijgesteld zijn in Nederland, maar dit verschilt per verdrag en dus per land.
Voor vastgoed in Box 3 zullen twee winst- en verliesrekeningen moeten worden bijgehouden:
- een die directe inkomsten met onderhoudskosten en periodieke kosten saldeert;
- en een die waardeveranderingen met ‘verbeteringskosten’ saldeert.
Onderhoudskosten zijn niet aftrekbaar van verkoopwinst, en verbeteringskosten niet van huurinkomsten. Deze definities zullen naar verwachting vorm krijgen in de rechtspraak.
Zie voor meer aspecten van het voorgestelde Box 3-systeem het tweede deel van dit artikel. Als je het wetsvoorstel opgestuurd wil krijgen, neem dan contact op.


