Wat is ATAD 3 / Unshell directive?

De laatste tijd hoor je in fiscale gesprekken af en toe de termen ‘ATAD 3’ en ‘Unshell Directive’ vallen. Meestal niet op al te vrolijke toon. Maar wat zijn ATAD III en de Unshell Directive?

ATAD 3 is het voornemen van de Europese Commissie om brievenbusfirma’s voor eens en altijd van het toneel te laten verdwijnen. De Unshell Directive (shell als in ‘shell company’ en ‘directive’ is richtlijn) is de juridische uitwerking daarvan. Een richtlijn moet worden geïmplementeerd in de wetgeving van alle EU-lidstaten, waaronder Nederland.

Het voornaamste doel van de Unshell Directive is het uniformeren van ‘substance’ standaarden. ‘Substance’ betekent feitelijke, fysieke aanwezigheid van een bedrijf in een land. Sommige holdings hebben nauwelijks ‘substance’, omdat ze alleen om fiscale redenen in een bepaald land gevestigd zijn. (Oud fiscaal grapje: “een holding is een hol ding.”) Bij gebrek aan substance zou het bedrijf dan ook geen aanspraak moeten kunnen maken op fiscaal inwonerschap en de fiscale voordelen die daar bij horen (denk aan lagere winstbelasting of lagere bronbelasting op betaalde rente en royalty’s). Maar ook niet op EU-richtlijnen (denk aan de moeder-dochterrichtlijn) en belastingverdragen. Bovendien kunnen de bedrijven als ‘transparant’ worden beschouwd, waardoor de uiteindelijke eigenaren direct kunnen worden belast voor de inkomsten van het bedrijf.

Het lijkt er nu op dat de minimum substance-eisen in elk geval zijn: een eigen fysiek kantoor (koop of huur, maar geen flexplek of virtueel kantoor); een bankrekening in de EU die ook daadwerkelijk gebruikt wordt voor de activiteiten van het bedrijf; en een directeur in het land waar het bedrijf claimt gevestigd te zijn. Dit is geen erg hoge lat, minder streng dan bijvoorbeeld de substance-eisen die Nederland nu al stelt voor vrijstelling van bronbelasting. Er zou bovendien een uitzondering komen voor niet-fiscaal gedreven structuren. (Die de achterliggers ook daadwerkelijk geen fiscaal voordeel opleveren.)

Wel komt er een rapportageverplichting. Bedrijven die onder de scope van de richtlijn vallen moeten zelf in hun aangifte invullen of ze voldoen aan de substance-vereisten. Om te weten of een bedrijf onder de reikwijdte van de richtlijn valt, moet er onder meer een asset test en een income test worden gedaan (waarschijnlijk met twee jaar terugwerkende kracht). Zodoende ontstaat er wéér een administratieve last, terwijl echt misbruik waarschijnlijk vaak door de substance-test heen zal komen.

Ik ben benieuwd naar de definitieve richtlijn en de implementatie in de Nederlandse wet. Zal dit leiden tot effectieve misbruikbestrijding of vooral tot een nieuwe administratieve last voor ondernemers en bedrijven? Kunnen de substance-eisen zoals ze er nu liggen voorkomen dat grote bedrijven hun shell companies vrij eenvoudig maar betekenisloos kunnen aankleden met random kantoorruimte en personeel?

Als u het idee heeft dat (een deel van) uw bedrijf onder de richtlijn zal gaan vallen, neem dan contact op voor een analyse van de mogelijke gevolgen en advies over wat te doen om die gevolgen te vermijden. Houd onze website in de gaten voor meer informatie over de laatste ontwikkelingen in het Europese belastingrecht.

Voor meer informatie over de substance-vereisten in de Unshell Directive, lees dit artikel: https://www.duijntax.com/2023/08/29/substance-eisen-van-de-unshell-directive-atad-3/

Contact

Meer berichten

Neem contact op

Amsterdam – Kleine-Gartmanplantsoen 21
Arnhem – Willemsplein 34
Nederland

E info@duijntax.com
T +31 (0) 88 – 8 387 669

DTS Duijn’s Tax Solutions B.V.
Bank: Rabobank
BIC: RABONL2U
IBAN: NL64RABO0167742167