Deelnemingsvrijstelling en de Falcon-doctrine

Zakelijke professional met grafiek over afnemend aandelenbelang en de Falcon-doctrine
(Wat gebeurt er met de deelnemingsvrijstelling als het aandelenbelang onder de 5% daalt?)

Wat gebeurt er als het aandelenbelang afneemt?

De deelnemingsvrijstelling is een cruciale regeling binnen de vennootschapsbelasting, bedoeld om dubbele belasting op deelnemingen te voorkomen. Deze vrijstelling geldt wanneer een vennootschap een belang heeft van ten minste 5% in een andere onderneming. Maar wat gebeurt er als dit belang onder de 5% daalt? Hier komt het concept van de “aflopende deelnemingsvrijstelling” en de zogenoemde Falcon-doctrine in beeld.

Wat houdt de aflopende deelnemingsvrijstelling in?

Volgens artikel 13, lid 16 van de Wet op de vennootschapsbelasting (VPB) blijft de deelnemingsvrijstelling nog drie jaar van toepassing, zelfs als het belang in een onderneming onder de 5% zakt. Deze aflopende deelnemingsvrijstelling voorkomt dat belastingplichtigen plotseling worden geconfronteerd met belastingheffing, alleen omdat hun belang net onder de grens van 5% is gekomen. Als het belang in de drie jaar na deze afname alsnog verder afneemt, kan de deelnemingsvrijstelling dus nog steeds van toepassing zijn.

Laten we dit verduidelijken met het voorbeeld van X BV en haar belang in de Japanse onderneming Q.

Voorbeeld van X BV en het aandelenbelang in Q

X BV heeft sinds 2014 aandelen en opties in het Japanse bedrijf Q, met een aandelenbelang van 8,5% en opties voor nog eens 5% van de aandelen. In 2015 daalt het belang uit de opties naar 2,34%, en in 2017 verwatert het aandelenbelang verder naar 2,28%, terwijl het optiebelang ook zakt naar 1,58%. Hierdoor zakt het totale belang onder de 5%-grens, en komt X BV niet meer in aanmerking voor de reguliere deelnemingsvrijstelling. Echter, de aflopende deelnemingsvrijstelling blijft van toepassing, zodat X BV nog tot drie jaar na deze daling gebruik kan maken van de vrijstelling voor haar deelnemingsresultaten.

De twist rondom opties en aandelen

In dit voorbeeld ontstond discussie over de vraag of de deelnemingsvrijstelling van toepassing is op de opties. De inspecteur vond dat de deelnemingsvrijstelling alleen gold voor de aandelen, omdat opties volgens hem geen ‘deelneming’ vormen zoals bedoeld in de wet. Rechtbank Gelderland gaf de inspecteur gelijk en oordeelde dat opties niet onder de aflopende deelnemingsvrijstelling vallen. Aangezien opties geen aandelenkapitaal vertegenwoordigen, vond de rechtbank dat deze niet als ‘deelneming’ kwalificeren.

Het Falcon-arrest en de beslissing van de Hoge Raad

X BV ging in cassatie, verwijzend naar het bekende Falcon-arrest van de Hoge Raad uit 2002. In dit arrest oordeelde de Hoge Raad dat de deelnemingsvrijstelling ook van toepassing is op opties, mits deze een economisch belang van 5% of meer vertegenwoordigen. Dit oordeel was gebaseerd op de gedachte dat opties die een substantiële economische waarde hebben, net als aandelen, belastingvrijstelling verdienen onder de deelnemingsvrijstelling.

In de zaak van X BV volgde de Hoge Raad deze redenering en wees op de totstandkomingsgeschiedenis van de herziening van artikel 13 Wet VPB in 2007. Er werd toen niet beoogd om de Falcon-doctrine te wijzigen, wat betekent dat ook opties die een economisch belang vertegenwoordigen, onder de aflopende deelnemingsvrijstelling vallen. Daarom kwam de Hoge Raad tot de conclusie dat X BV de deelnemingsvrijstelling mocht toepassen op het resultaat behaald met de opties, ook al kwalificeerden deze niet als regulier aandelenbelang.

Conclusie: een logische redenering

De Hoge Raad benadrukt met zijn oordeel dat de deelnemingsvrijstelling breed toepasbaar moet blijven. Het feit dat de wetgever de Falcon-doctrine in 2007 ongemoeid heeft gelaten, toont aan dat de aflopende deelnemingsvrijstelling bedoeld is om ook economische belangen van 5% of meer te dekken. Dit zorgt voor een zekere mate van rechtszekerheid voor belastingplichtigen die substantieel investeren in andere bedrijven, zelfs als die investering deels uit opties bestaat.

Meer berichten

Neem contact op

Amsterdam – Kleine-Gartmanplantsoen 21
Arnhem – Willemsplein 34-2
Breda – Ceresstraat 13
Nederland

E [email protected]
T +31 (0) 88 – 8 387 669

DTS Duijn’s Tax Solutions B.V.
Bank: Rabobank
BIC: RABONL2U
IBAN: NL64RABO0167742167