
Voor aanmerkelijkbelanghouders (AB-houders) die naar Nederland immigreren of na een eerdere emigratie terugkeren, zijn er specifieke fiscale regels die van invloed kunnen zijn op de vaststelling van de waarde van hun aandelen en de behandeling van de conserverende aanslag. In deze blog bespreken we fiscale aandachtspunten voor immigratie en remigratie van AB-houders, zoals de step-up-regeling bij immigratie, de belangrijkste uitzonderingen hierop en de specifieke behandeling van de conserverende aanslag bij remigratie.
Immigratie: de verkrijgingsprijs en de step-up-regeling
Wanneer een AB-houder naar Nederland verhuist, stelt Nederland de waarde van de aandelen vast waarop in de toekomst belasting in box 2 geheven zal worden. Dit gebeurt op basis van de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de historische kostprijs) of de marktwaarde op het moment van immigratie. In principe geldt de marktwaarde bij immigratie als nieuwe verkrijgingsprijs, wat een zogenaamde step-up (of soms een step-down) betekent. Deze regeling voorkomt dubbele belasting op waardestijgingen die al in het buitenland zijn opgetreden, zodat enkel de waardestijging vanaf de immigratiedatum in Nederland belastbaar is.
Uitzonderingen op de step-up-regeling: wanneer wordt deze niet verleend?
Hoewel de step-up meestal wordt toegepast bij immigratie, zijn er situaties waarin Nederland deze niet verleent, bijvoorbeeld wanneer er al een Nederlandse belastingclaim op de aandelen rust. De belangrijkste uitzonderingen zijn:
- Aandelen in een feitelijk in Nederland gevestigde vennootschap: Als de aandelen betrekking hebben op een vennootschap die feitelijk in Nederland is gevestigd, geldt de oorspronkelijke aanschafprijs als verkrijgingsprijs. Dit is logisch, omdat Nederland vóór immigratie al een belastingclaim had op de waardeontwikkeling op grond van buitenlandse belastingplicht. Deze regeling voorkomt dat eerdere waardestijgingen onbelast blijven.
- Aandelen in een naar Nederlands recht opgerichte vennootschap (fictief in Nederland gevestigd): Bij aandelen in een vennootschap die naar Nederlands recht is opgericht maar feitelijk in het buitenland is gevestigd (bijvoorbeeld een Nederlandse BV die buiten Nederland opereert), wordt ook geen step-up verleend. De wet beschouwt deze vennootschappen als “fictief in Nederland gevestigd,” waardoor Nederland de oorspronkelijke aanschafprijs als verkrijgingsprijs blijft hanteren.
Step-up wel mogelijk bij aandelen in een naar Nederlands recht opgerichte vennootschap met een korte vestigingsperiode in Nederland
Bij aandelen in een vennootschap die naar Nederlands recht is opgericht maar nooit of minder dan vijf jaar feitelijk in Nederland gevestigd is geweest, kan wel een step-up worden verleend. In deze situaties is er namelijk geen voortdurende belastingplicht in Nederland, waardoor het belastingstelsel toestaat dat de aandelen opnieuw gewaardeerd worden bij immigratie.
Remigratie: wat gebeurt er met de conserverende aanslag?
Bij remigratie gelden grotendeels dezelfde regels als bij immigratie, met enkele specifieke toevoegingen door de conserverende aanslag. Dit is een aanslag die door de Belastingdienst wordt opgelegd over de waarde van het aanmerkelijk belang op het moment van vertrek. Deze kan in principe pas worden geïnd bij bepaalde belastbare gebeurtenissen, zoals een dividenduitkering of de verkoop van de aandelen. De conserverende aanslag beschermt de belastingclaim van Nederland over de aandelen, terwijl de invordering tijdelijk opgeschort.
Bij remigratie zijn er twee mogelijke scenario’s:
- Volledige kwijtschelding van de conserverende aanslag
Als er tijdens de emigratieperiode geen betalingen zijn gedaan op de conserverende aanslag, wordt deze bij remigratie volledig kwijtgescholden (verminderd tot nihil). In dat geval geldt de oorspronkelijke verkrijgingsprijs van vóór de emigratie weer als basis voor belastingheffing. - Verhoging van de verkrijgingsprijs bij betalingen op de conserverende aanslag
Als er wél betalingen zijn verricht op de conserverende aanslag, wordt de verkrijgingsprijs wordt de verkrijgingsprijs aangepast om dubbele belasting te voorkomen. De verkrijgingsprijs wordt verhoogd met – kort gezegd – ongeveer drie of vier keer van het betaalde bedrag op de conserverende aanslag, tenzij de prijs al is aangepast door een buitenlandse eindafrekening.
Conclusie
De fiscale aandachtspunten voor immigratie en remigratie van AB-houders vereisen nauwkeurige aandacht. Immigranten kunnen in aanmerking komen voor een step-up van de verkrijgingsprijs, tenzij er sprake is van specifieke uitzonderingen. Voor remigranten speelt de conserverende aanslag een grote rol: deze kan worden kwijtgescholden of, bij eerdere betalingen, leiden tot een verhoogde verkrijgingsprijs.


