
Het is officieel: op de derde dinsdag van september, vandaag, 17 september 2024, werd het belastingplan 2025 vrijgegeven.
Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste fiscale wijzigingen die in 2025 van kracht worden. De meest opvallende wijziging betreft de verlaging van het toptarief voor dividendbelasting (box 2), dat van 33% naar 31% is gedaald.
Wet Inkomstenbelasting
- De eerste schijf inkomstenbelasting die geldt bij een inkomen tot € 38.441 wordt verlaagd naar 35,82%, voorheen 36,97%. Er komt daarnaast een tweede schijf van 37,48% die geldt bij een inkomen tussen de € 38.441 en € 76.817 per jaar. De derde schijf vanaf 76.817 blijft belast met 49,50%;
- Het toptarief van box 2 is gedaald, van 33% naar 31%.
Loonbelasting
- De aangekondigde versobering van de 30% regeling word teruggedraaid. Het voordeel wordt verlaagd naar 27%.
Schenk- en erfbelasting
Er komen aangepaste regels voor de belasting op bedrijfsoverdracht (BOR en DSR ) om deze regelingen eenvoudiger te maken. Vanaf 1 januari 2025 wordt de bezits- en voortzettingseis verlaagd van 5 naar 3 jaar, waardoor ondernemers meer flexibiliteit krijgen zonder het recht op de BOR te verliezen. Vanaf 1 januari 2026 wordt de toegang tot de BOR en DSR beperkt tot gewone aandelen met een minimaal belang van 5%. Ook wordt misbruik via rollatorinvesteringen en dubbel-BOR tegengegaan.
Overdrachtsbelasting
- Kavelruilvrijstelling zal niet meer van toepassing zijn op opstallen, tenzij het een opstal betreft die bedrijfsmatig agrarisch wordt gebruikt. Hierbij geldt de voortzettingseis;
- Vanaf 1 januari 2025 wordt de samenloopvrijstelling in de overdrachtsbelasting aangepast. Dit zorgt voor een gelijk speelveld tussen het overdragen van aandelen en direct vastgoed. Als een bedrijf nieuw vastgoed bezit en de aandelen worden overgedragen, geldt nu dat als het vastgoed voor minder dan 90% voor btw-belaste activiteiten wordt gebruikt, er 4% overdrachtsbelasting betaald moet worden;
- Het tarief overdrachtsbelasting wordt van 10,4% naar 8 verlaagd.
Kansspelbelasting
- De kansspelbelasting wordt verhoogd van 30,5% naar 34,2%.
Vennootschaps- en minimumbelasting
- Voor buitenlandse rechtsvormen die niet vergelijkbaar zijn met Nederlandse entiteiten, worden twee nieuwe methoden geïntroduceerd: de ‘symmetrische methode’ en de ‘vaste methode;
- Het verschil tussen open (= niet-transparante) en besloten (= transparante) cv’s vervalt. Alle cv’s zijn voortaan transparant. De bedoeling is om het aantal hybride mismatches in een internationale context te verminderen;
- Over de inkoop van aandelen, anders dan ter tijdelijke belegging, wordt in beginsel dividendbelasting geheven;
- Als een verlieslijdend bedrijf schulden kwijtgescholden krijgt, ontstaat er een kwijtscheldingswinst. Door de huidige regels kan deze winst toch belast worden, ondanks een vrijstelling. Dit maakt het moeilijker om het bedrijf te redden. Er komt een aanpassing om dit probleem op te lossen;
- De tussenhoudsterbepaling in de liquidatieverliesregeling zorgt ervoor dat een operationeel verlies of een niet-aftrekbaar verkoopverlies niet kan worden omgezet in een aftrekbaar liquidatieverlies bij een tussenhoudster. Deze regel wordt aangepast of verduidelijkt, maar het is nog niet duidelijk hoe precies;
- De voorgestelde antifragmentatiemaatregel in artikel 15b, zesde lid, Wet Vpb 1969, stelt het drempelbedrag van € 1 miljoen op nihil voor vastgoedlichamen. Dit geldt als de gecorrigeerde bezittingen van de belastingplichtige gedurende minimaal de helft van het jaar hoofdzakelijk (70% of meer) uit onroerende zaken bestaan die aan derden ter beschikking worden gesteld. De maatregel wordt per belastingplichtige toegepast, en voor fiscale eenheden wordt dit vastgesteld via een bezittingentoets;
- Earningsstrippingmaatregel wordt verhoogd van 20% naar 25% tot €1.000.000.
- Nieuw groepsbegrip wet bronbelasting. “Samenwerkende groep” wordt vervangen door ” kwalificerende eenheid” groepsbegrip;
- Vanaf 2025 moeten grote internationale bedrijven in Nederland openbaar maken hoeveel winstbelasting ze betalen, hoeveel werknemers ze hebben en wat hun inkomen is per land. Dit is een verplichte maatregel van de EU. De rapportage begint voor boekjaren die starten op of na 22 juni 2024. Bedrijven met een boekjaar dat gelijk is aan het kalenderjaar, zullen dus voor het eerst over 2025 rapporteren. Deze rapportage moet uiterlijk op 31 december 2026 openbaar zijn;
- De giftenaftrek voor ondernemers wordt per 2025 afgeschaft. Dit geldt voor zowel giftenaftrek in de vennootschapsbelasting (vpb) als voor de regeling ‘geven uit de vennootschap’. Een gift wordt daardoor vanaf 2025 beschouwd als een winstuitkering waarover belasting betaald moet worden.

