Werken met het nieuwe vaste inrichting (VI) concept na BEPS Actie 7

Het vaste inrichting (VI) concept zal op instigatie van de OESO, zoals is opgenomen in haar BEPS-project Actie 7, drastische wijzigingen ondergaan. Werken met het nieuwe Vaste Inrichting Concept na BEPS Actie 7 betekent dat de beoogde aanpassingen de potentie hebben steeds meer ondernemingen die grensoverschrijdend actief zijn in het lokale belastingnet te ‘vangen’. De manier waarop dergelijke ondernemingen opereren en de wijze waarop businessmodellen zijn ingericht zullen mogelijk danig op de schop moeten. In deze bijdrage zal nader worden ingegaan op de aanstaande aanpassingen en wat dat meebrengt voor de toekomst.

Uitbreiding van het VI-concept: wat verandert er?

De voorgestelde wijzigingen beogen een substantiële uitbreiding van het VI-concept. Hierdoor verlaagt men de drempel voor belasting op grensoverschrijdende ondernemingsactiviteiten. Het zal voor landen gemakkelijker worden om winsten te belasten die voorheen onvoldoende band hadden met het territoir. De twee meest in het oog springende uitbreidingen regarderen enerzijds (i) zogeheten commissionair-structuren en anderzijds (ii) de fragmentatie van hulp- en voorbereidingsactiviteiten.

De bedoeling van BEPS Actie 7 is het bestrijden van kunstmatige ontwijking van het VI-begrip. De OESO ziet commissionair-structuren als kunstmatige constructies. Een dergelijke verkoopstructuur betreft echter een reëel businessmodel, het is een wijze waarop ondernemingen opereren. Hoe dan ook, de bestrijding hiervan vindt plaats door het vaste vertegenwoordiger-begrip uit te breiden. Ook wordt de uitzondering voor onafhankelijke vertegenwoordigers beperkt.

Nieuwe vereisten voor vaste vertegenwoordigers

Onder huidig recht neemt men geen VI aan wanneer de commissionair de achterliggende principaal-onderneming niet juridisch aan de afnemer bindt.

Deze strikt juridische benadering wordt afgewezen, louter de economische werkelijkheid geeft nog de doorslag. Een dergelijke economische benadering ligt ook ten grondslag aan het aangescherpte vereiste. Men neemt reeds een VI aan als de commissionair de voornaamste rol speelt in het sluiten van contracten. De uitzondering voor onafhankelijke vertegenwoordigers geldt niet wanneer men bijna uitsluitend voor nauw verwante partijen handelt.

De OESO bestrijdt ook kunstmatige ontwijking van het VI-begrip door activiteiten te fragmenteren om de uitzondering voor hulp- en voorbereidingswerkzaamheden te benutten.

De gehele groep van de grensoverschrijdende onderneming moet in een bepaald land als geheel onder de uitzondering vallen. De activiteiten worden niet meer op individueel niveau getoetst.

 Dit is vervat in de zogenoemde anti-fragmentatie regel.

Wat is voorts de status van de door de OESO gedane voorstellen in het kader van BEPS Actie 7 en hoe ziet de toekomst er dientengevolge uit? De wijzigingen moeten allereerst worden geïmplementeerd in de diverse bilaterale belastingverdragen voordat zij van kracht kunnen worden. Desalniettemin heeft de OESO in BEPS Actie 15 een voorstel heeft gedaan tot de invoering van een multilateraal instrument. Hiermee kan men alle voorstellen in één keer implementeren, zodat de wijzigingen direct effect hebben. Dit instrument behoort niet later dan 31 december 2016 voor ondertekening open te gaan. Prangend is dan ook de vraag hoe dit proces zich zal ontvouwen.

Bent u klaar om te werken met het nieuwe Vaste Inrichting Concept na BEPS Actie 7? Neem vandaag nog contact met ons op voor deskundig advies en ondersteuning bij de aanpassingen.

Meer berichten

Neem contact op

Amsterdam – Kleine-Gartmanplantsoen 21
Arnhem – Willemsplein 34-2
Breda – Ceresstraat 13
Nederland

E [email protected]
T +31 (0) 88 – 8 387 669

DTS Duijn’s Tax Solutions B.V.
Bank: Rabobank
BIC: RABONL2U
IBAN: NL64RABO0167742167