Dividendbelasting vrijstelling
Contact Jimmy Cox

Welke verplichtingen brengt de dividendbelasting vrijstelling met zich mee?

Sinds 1 januari 2018 is de inhoudingsvrijstelling voor dividendbelasting uitgebreid. Tegelijkertijd is een meldplicht ingevoerd voor de toepassing van de inhoudingsvrijstelling op uitgekeerd dividend aan een niet in Nederland gevestigde ontvanger. In dit blog bespreek ik de ingevoerde meldplicht bij toepassing van de inhoudingsvrijstelling aan de hand van de volgende onderwerpen: Opgaaf dividendbelastingVoorwaarde dividendbelasting vrijstellingMisbruik dividendbelasting vrijstellingKunstmatige constructie dividendbelasting.

 

Opgaaf Dividendbelasting

Binnen 1 maand na uitkering van het dividend moet door middel van het door de Nederlandse Belastingdienst opgestelde formulier ‘Opgaaf Dividendbelasting’ worden gemeld dat er een beroep wordt gedaan op de inhoudingsvrijstelling dividendbelasting. Door deze meldplicht kan de Belastingdienst bepalen of de inhoudingsvrijstelling terecht is toegepast door de uitkerende vennootschap of houdstercoöperatie.

Opgelet: indien er geen of niet tijdige melding wordt gedaan dan kan een verzuimboete tot €5.278 worden opgelegd of indien er sprake is van opzet of grove schuld zelfs een vergrijpboete. Vergrijpboetes kunnen oplopen tot 100% van de te betalen belasting. Het is de vraag of deze regeling EU-proof is, maar een procedure aanspannen om dit uit te vinden is ook een kostbare zaak.

Het formulier ‘Opgaaf Dividendbelasting’ moet de volgende informatie bevatten:

  • Uitkerende vennootschap of houdstercoöperatie
    1. De gegevens van de uitkerende vennootschap of houdstercoöperatie;
    2. Het nominaal gestorte kapitaal;
    3. Het aantal stemgerechtigde aandelen van de inhoudingsplichtige;
    4. Totaalbedrag vrijgestelde dividenduitkering;
    5. Datum van de dividenduitkering;

 

  • Opbrengstgerechtigde
    1. De naam, het adres en de staat van vestiging van de opbrengstgerechtigde;
    2. Deel van het nominale gestorte kapitaal in de uitkerende vennootschap;
    3. Aantal stemgerechtigde aandelen in de uitkerende vennootschap;
    4. Percentage van de stemrechten in de uitkerende vennootschap;
    5. Melding indien er sprake is van de toepassing van artikel 4 lid 9 of 10 van de Wet op de dividendbelasting 1965 (hybride entiteiten). In geval van hybride entiteiten moeten de achterliggende participanten in plaats van de ontvangende entiteit worden vermeld op het formulier ‘Opgaaf Dividendbelasting’.

Onderaan het formulier ‘Opgaaf Dividendbelasting’ moet de persoon die het formulier heeft ingevuld namens de uitkerende vennootschap verklaren dat is voldaan aan alle voorwaarden uit artikel 4 lid 2, 3 en 4 van de wet op dividendbelasting 1965.

 

Voorwaarden dividendbelasting vrijstelling

Voor toepassing van de dividendbelasting vrijstelling is vereist dat de opbrengstgerechtigde feitelijk gevestigd is in 1) een lidstaat van de Europese Unie (EU) of 2) in een land dat behoort tot de Europese Economische Ruimte (EER) of 3) een land waarmee Nederland een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten met daarin een dividendartikel. De deelnemingsvrijstelling of deelnemingsverrekening van toepassing is op de uitkeringen die aan de opbrengstgerechtigde toekomen. Verder mag er geen sprake zijn van misbruik. Er is sprake van misbruik als het hoofddoel of een van de hoofddoelen van de opgezette structuur het ontgaan van belastingheffing is. Of er sprake is van misbruik moet worden getoetst door middel van de subjectieve en objectieve toets.

 

Misbruik dividendbelasting vrijstelling

De subjectieve toets beoordeeld op het moment van uitkering of het opbrengstgerechtigde lichaam minder dividendbelasting verschuldigd is dan de achterliggende entiteit(en) verschuldigd zou(den) zijn in het geval de Nederlandse tussenhoudster/houdstercoöperatie niet in de structuur geplaatst zou zijn. Misbruik van de dividendbelasting vrijstelling wordt echter pas aangenomen als er volgens de, cumulatieve, objectieve toets sprake is van een kunstmatige constructie.

 

Kunstmatige constructie dividendbelasting

De objectieve toets beoordeeld of de constructie of transactie al dan niet kunstmatig is. Indien aan de constructie geen geldige zakelijke redenen ten grondslag liggen die een weerspiegeling van de realiteit weergeven dan kan er sprake zijn van een kunstmatige constructie. Het drijven van een materiele onderneming in de opbrengstgerechtigde vennootschap wordt als geldige zakelijke reden aangemerkt.

Er is ook geen sprake van een kunstmatige constructie als de opbrengstgerechtigde vennootschap een schakelfunctie vervult en voldoet aan alle substance-eisen. Hier kunt u een overzicht vinden van de substance-eisen zoals deze al reeds bestonden voor de invoering van de inhoudingsvrijstelling.

Tegelijkertijd met de uitbreiding van de inhoudingsvrijstelling zijn hier twee aanvullende eisen aan toegevoegd. Zo moet de opbrengstgerechtigde (directe aandeelhouder of coöperatie lid) van het Nederlandse lichaam 1. Een kantoorruimte hebben voor ten minste 24 maanden en 2. Moet er worden voldaan aan het loonsomcriterium (van meestal €100.000). Indien de opbrengstgerechtigde voldoet aan alle reeds bestaand en onlangs nieuw ingevoerde substance-eisen dan wordt er voldaan aan de objectieve toets en kan de inhoudingsvrijstelling met succes worden geclaimd.

 

Neem gerust contact met ons op als u vragen heeft naar aanleiding van het bovenstaande of indien u wilt weten of uw structuur voldoet aan de meest recente voorwaarden om de inhoudingsvrijstelling te claimen.