De Nederlandse overheid hanteert 3 belangrijke maatregelen voor innovatie.
Contact Hendrik-Jan van Duijn

Krijgt innovatie de ruimte?

Het bevorderen van innovatie is volgens de OrganisationforEconomic Cooperation and Development (OECD) de juiste wijze om duurzame economische groei te waarborgen in deze tijden van uitdagende economische omstandigheden. Wetgeving kan worden ingezet om structurele veranderingen teweeg te brengen. Marktaandeel winnen via prijsconcurrentie zal niet langer standhouden volgens deskundigen. Dit is volgens hen een achterhaalde visie. Innovatie helpt daarentegen wel om een voorsprong op te bouwen ten opzichte van concurrerende landen door nieuwe producten of processen te ontwikkelen.
Het beleid van de Nederlandse overheid op het gebied van innovatie ligt daardoor nu onder een vergrootglas.

De Nederlandse overheid heeft tot op heden drie belangrijke stimuleringsmaatregelen getroffen met betrekking tot innovatie. Deze maatregelen zijn:
De Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO)
De innovatiebox
De Research & Development aftrek (RDA).

Sinds 1994 kent Nederland de WBSO. De WBSO is een fiscale tegemoetkoming in de loonkosten van bedrijven die onderzoek en ontwikkeling voor de eigen onderneming initiëren. Ondernemers dragen dankzij deze regeling dus minder loonheffingen af over de gerealiseerde loonkosten.

De innovatiebox is vervolgens in januari 2010 ingevoerd als opvolger van de per 1 januari 2007 geldende octrooibox. Deze faciliteit kan men vinden in artikel 12b Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (Wet VPB 1969). Daarna is in  2012 is een nieuwe fiscale faciliteit geïntroduceerd: de RDA.  Deze aftrek is van toepassing op specifieke kosten en uitgaven die betrekking hebben op speur- en ontwikkelingswerk, met uitzondering van loonkosten. De RDA wordt ook wel de “aanvullende aftrek S&O” genoemd omdat de loonkosten in de eerder besproken WBSO worden gefaciliteerd.

In 2012 is het evaluatierapport van de WBSO verschenen waarin geconcludeerd wordt dat de WBSO bijdraagt aan een beter vestigingsklimaat en aan de kwaliteit van S&O-werk in Nederland.
Helaas zijn representatieve cijfers voor de innovatiebox en de RDA nog niet beschikbaar.

Hoewel het interessant is om de regelingen afzonderlijk te kunnen evalueren is het naar mijn mening belangrijker om de wetgever af te rekenen op de prestaties van het pakket aan maatregelen als geheel en in het bijzonder in vergelijking met concurrerende landen.

De Nederlandse wetgever lijkt met het invoeren van de WBSO, de innovatiebox en de RDA een sluitend systeem van faciliteiten gecreëerd te hebben. Nederland presteert bovengemiddeld, maar haakt nog niet aan bij de innovation leaders.
Ook de gebruikers van de WBSO geven aan dat zij gebaat zijn bij stabiliteit van de regeling.
Stabilisering van de huidige faciliteiten is daarom aan te bevelen totdat er in 2015 en 2016 representatieve evaluaties kunnen worden gemaakt van deze faciliteiten.