Wat is een woonplaatsonderzoek?

Vergrootglas met paspoort, ID-kaart en belastingdocumenten op een kaart van Europa, symbool voor woonplaatsonderzoek en fiscale woonplaats.
Een woonplaatsonderzoek bepaalt waar iemand fiscaal inwoner is.

Door globalisering wonen, werken en investeren steeds meer mensen over landsgrenzen heen. Dit roept de vraag op waar iemand fiscaal gezien ‘woont’. Een woonplaatsonderzoek is een juridisch-fiscaal onderzoek naar de feitelijke woonplaats van een persoon. De uitkomst bepaalt in welk land iemand belastingplichtig is.

Een woonplaatsonderzoek wordt meestal uitgevoerd door de Belastingdienst, maar ook belastingadviseurs, accountants en juristen kunnen zo’n onderzoek verrichten in opdracht van particulieren of ondernemingen. Dit komt vooral voor in grensoverschrijdende situaties.

Juridische basis: artikel 4 AWR

In Nederland wordt de woonplaats beoordeeld op grond van artikel 4 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Daarin staat dat de woonplaats wordt vastgesteld “naar de omstandigheden van het geval”. Dit is dus ruim en algemeen geformuleerd. Dit betekent dat als hier verschil van mening over is, de rechter moet beoordelen of hier sprake van is. Uit vaste rechtspraak blijkt dat dat het geval is als er “een duurzame band van persoonlijke aard” tussen de persoon en Nederland bestaat1. Factoren zoals verblijf, gezin, werk, verzekeringen, sociale bindingen en administratie zijn hierbij doorslaggevend. Uit jurisprudentie blijkt verder dat een enkele indicatie niet voldoende is om te kunnen spreken van een fiscale woonplaats. Er moet worden gekeken naar alle omstandigheden van het geval2. De bewijslast ligt doorgaans bij de Belastingdienst, tenzij de belastingplichtige zelf stelt geen inwoner te zijn.

Dubbel inwonerschap en verdragen

Omdat elk land zijn eigen criteria hanteert voor het inwonersbegrip, kan het voorkomen dat iemand in meerdere landen tegelijk als inwoner wordt aangemerkt. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de duurzame band van persoonlijke aard met Nederland niet per se sterker hoeft te zijn dan die met andere landen, om in Nederland als inwoner aangemerkt te kunnen worden3.

Dit wordt meestal opgelost via een belastingverdrag waarin een zogenoemde tie-breaker-regel is opgenomen. Die bepaalt onder andere aan de hand van de zogenaamde ‘middelpuntstoets’ waar het middelpunt van iemands levensbelangen ligt4. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het inwonersartikel stringente eisen kan stellen om als inwoner te doen gelden.

Wanneer vindt een woonplaatsonderzoek plaats?

De Belastingdienst start een woonplaatsonderzoek wanneer er twijfel bestaat over iemands opgegeven woonplaats. Vaak is de aangifte de aanleiding voor het starten van een woonplaatsonderzoek, eventueel in combinatie met een emigratie5. Ook kunnen andere omstandigheden aanleiding geven voor het starten van een onderzoek, bijvoorbeeld het herhaaldelijk in Nederland staande worden gehouden in een auto met een buitenlands kenteken door de politie6.

Hoe verloopt een woonplaatsonderzoek?

De belastingdienst begint doorgaans met en interne verkenning. De Belastingdienst verzamelt informatie zonder dat de belastingplichtige dit weet. Als ze besluiten dat ze meer willen weten zullen ze de belanghebbende een vragenbrief sturen. Als er voldoende aanleiding is, ontvangt de betrokkene vragen over verblijfplaats, gezin, werk en financiën. Ook kan worden gevraagd om bewijsstukken, zoals bankafschriften, huurcontracten en telefoonrekeningen. Uitgangspunt is dat de belanghebbende zelf in de gelegenheid wordt gesteld de stukken aan te leveren7. Als belanghebbende dit niet doet wordt pas gebruikgemaakt van de informatiebevoegdheden van de belastingdienst via een informatiebeschikking8. Bijvoorbeeld bij het vermoeden van een strafbaar feit kunnen ook meer ingrijpende maatregelen worden genomen, zoals huisbezoeken, observaties, digitale data-analyse of interviews via de FIOD. Het onderzoek eindigt met een woonplaatsvaststelling. Op basis van het dossier wordt een conclusie getrokken: is de belastingplichtige wel of niet inwoner van Nederland?

Mogelijke gevolgen

De gevolgen van een woonplaatsvaststelling kunnen ingrijpend zijn:

  • Naheffingen en belastingrente over inkomsten- of vennootschapsbelasting;
  • Boetes wegens onjuiste aangiften;
  • Correctie van BRP-registratie;
  • Intrekking of terugvordering van toeslagen of uitkeringen;
  • Internationale geschillen over heffingsrechten.

Advies bij grensoverschrijdende situaties

Voor expats, digital nomads, grensarbeiders of ondernemers met een internationale structuur is het verstandig om de woonplaatsperiodiek te laten toetsen.

Bij twijfel over uw fiscale woonplaats is het verstandig om tijdig juridisch of fiscaal advies in te winnen. Een gespecialiseerde adviseur kan helpen met:

  • Het uitvoeren van een gedocumenteerd woonplaatsonderzoek;
  • Het opstellen van een dossier voor overleg met de Belastingdienst;
  • Het aanvragen van een ruling of standpuntbepaling;
  • Het begeleiden van bezwaarprocedures.


  1. HR 12 april 2013, nr. 12/02980, ECLI:NL:HR:2013:BZ6824BNB 2013/123 ↩︎
  2. HR 12 april 2013, nr. 12/02980, ECLI:NL:HR:2013:BZ6824BNB 2013/123 ↩︎
  3. HR 12 april 2013, nr. 12/02980, ECLI:NL:HR:2013:BZ6824BNB 2013/123 ↩︎
  4. Brouwer, ‘Op weg naar een nieuw woonplaatsbegrip?’, WFR 2019/50. ↩︎
  5. MvF, Bijlage Evaluatie vaststelling fiscale woonplaats, p. 6. ↩︎
  6. MvF, Bijlage Evaluatie vaststelling fiscale woonplaats, p. 7. ↩︎
  7. MvF, Bijlage Evaluatie vaststelling fiscale woonplaats, p. 6. ↩︎
  8. MvF, Bijlage Evaluatie vaststelling fiscale woonplaats, p. 6. ↩︎

Meer berichten

Neem contact op

Amsterdam – Kleine-Gartmanplantsoen 21
Arnhem – Willemsplein 34-2
Breda – Ceresstraat 13
Nederland

E [email protected]
T +31 (0) 88 – 8 387 669

DTS Duijn’s Tax Solutions B.V.
Bank: Rabobank
BIC: RABONL2U
IBAN: NL64RABO0167742167