Welke veranderingen zijn er voor u op komst?
Contact Lisbeth de Laet

Belastingplan 2019

Dinsdag 18 september 2018, beter bekend als Prinsjesdag 2018, presenteerde Minister van Financiën Hoekstra het Belastingplan voor 2019. Die fiscale plannen baseert het Ministerie van Financiën op 5 concrete doelstellingen: lagere lasten op arbeid, een aantrekkelijk vestigingsklimaat, verdere vergroening, een goede uitvoerbaarheid en het aanpakken van belastingontwijking en -ontduiking. Wat deze voorgestelde veranderingen concreet kunnen inhouden voor u en/of uw onderneming, leest u hier.

In onze blog van 21 November 2018 bespreken we welke moties intussen aangenomen zijn door de Tweede Kamer.

Inkomstenbelasting

Tweeschijvenstelsel box 1

Het huidige inkomstenbelastingstelsel is gebaseerd op 3 schijven. Dit wil het kabinet nu vereenvoudigen door over te gaan naar een tweeschijvenstelsel, met een basistarief van 36,95% en een toptarief van 49,5%. Alleen voor AOW-gerechtigden, behoudt de Belastingdienst het eerdere drieschijvenstelsel.

De overgang zal stapsgewijs gebeuren, waarbij ook de tarieven geleidelijk veranderen. Concreet het basistarief van 36,65% in 2019 zal stijgen tot 37,05% in 2020. Het toptarief, daarentegen, bedraagt in 2019 38,10% en daalt vervolgens van 37,80% in 2020 tot 37,05% in 2021. Het drempelbedrag zal gedurende deze periode € 20.384 blijven. Op inkomen tot en met dit bedrag betaald u dus belasting tegen het basistarief. Is uw inkomen groter dan dit drempelbedrag, dan zal u voor het overige deel van uw inkomen dus tegen het toptarief belast worden. Dat toptarief geldt voor inkomens tot en met  € 68.507. Voor belastbare lonen die deze eindgrens overschrijden, geldt in 2019 een gecombineerd tarief van 51,75% inkomstenbelasting.

Tariefverhoging box 2

Vanaf 2020 zal het tarief in box 2 stapsgewijs toenemen. In 2019 zal de Belastingdienst, net zoals in 2018, 25% belasting heffen over winst uit aandelen. Dat tarief stijft daarna naar 26,25% in 2020 en eindigt (voorlopig) op 26,90% in 2021. Om die pijn te verzachten, voorziet de overheid een lagere winstbelasting voor ondernemers die meer dan 5% van de aandelen in een vennootschap bezitten.

Versoberen voorwaartse verliesverrekening box 2

Voorts bevat Belastingplan 2019 ook het voorstel de voorwaartse verliesverrekeningsperiode in box 2 te verkorten. In plaats van 9 jaar zou ze dan 6 jaar bestrijken.

Algemene heffingskorting

Het kabinet stelt voorts ook een verhoging voor van de algemene heffingskorting. Daardoor zal het maximale bedrag in 2019 €140 meer bedragen voor inkomens tot €50.000 per jaar.  In 2020 komt daar nog eens €103 bovenop. Met een nieuwe verhoging van €107 in 2021 zal de totale toename van de maximale heffingskorting dan €350 bedragen. Hierdoor hoopt het kabinet de koopkracht te verbeteren.

Tariefmaatregel grondslagverminderende posten

Verder maakte Minister Hoekstra ook bekend dat het kabinet het tarief van enkele grondslagverminderende posten wil afbouwen. Dit voorstel was er eerder al, maar nu wordt het versneld. Daardoor zal per 1 januari 2020 een lager maximaal tarief bestaan voor aftrekbare kosten met betrekking tot eigen woning, ondernemersaftrek en persoonsgebonden aftrek. Voor MKB-winstvrijstelling zal de maatregel echter alleen gelden wanneer het totale bedrag van de gezamenlijke winst, verminderd met de ondernemersaftrek, positief is. Dat is ook het geval voor de terbeschikkingstellingvrijstelling wanneer het gezamenlijke resultaat uit de werkzaamheden positief is. Tegen 2023 zal voor deze posten het basistarief dan gedaald zijn tot 36,95%.

Verlaging eigenwoningforfait

Voor eigenwoningwaarden tussen €75.000 en €1.060.000 zal het percentage eigenwoningforfait tegen 2023 dalen met 0,15%-punt. Ook het percentage voor het eigenwoningforfait van eigenwoningen met een met een waarde onder €75.000 zal stapsgewijs dalen, zij het tegen een kleiner percentage. Tenslotte vindt eveneens een verlaging van 0,24%-punt plaats voor woningen die onder de uitzendregeling vallen en een eigenwoningwaarde hebben tot €1.060.000.

Aanpassing belastingrente

In Belastingplan 2019 stelt het kabinet voor om geen belastingrente in rekening te brengen voor gaangiften inkomstbelasting die tijdig zijn ingediend.

Loonbelasting

Overgangsmaatregel 30%-regeling

Zoals eerdere berichtgeving al aangaf, zal de termijn voor de 30%-regeling voortaan 5 in plaats van 8 jaar zijn. Die verandering gaat niet gepaard met een overgangsmaatregel. De looptijd van 5 jaar is dus niet alleen van toepassing op nieuwe tewerkstellingen vanaf 2019, maar ook op reeds bestaande overgangsregelingen.

Verhoging vrijwilligersregeling

Wanneer organisaties vrijwilligers tewerk stellen, hoeven ze geen belasting of premies inhouden over de vergoeding voor dat vrijwilligerswerk. Dat is evenwel alleen zo als de vergoeding onder een drempelbedrag blijft. Vanaf 2019 wordt die drempel opgehoogd tot €170 per maand en €1.700 per kalenderjaar.

Verhoging arbeidskorting

Nederlandse belastingplichtigen met een jaarlijks inkomen tussen €20.000 en €60.000 zullen vanaf 2019 recht hebben op een verhoging van de arbeidskorting.

Heffingskorting voor buitenlandse belastingplichtigen

Onder niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen verstaat de overheid inwoners van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte, BES-eilanden of Zwitserland. Deze hebben het EU-recht op een belastingdeel van de arbeidskorting en inkomstafhankelijke combinatiekorting. Dat geld ook voor de betreffende buitenlandse belastingplichtigen die een onderneming met vaste inrichting in Nederland drijven. Hoewel de Nederlandse Belastingdienst dat recht reeds toepaste, zal het vanaf 1 januari 2019 ook wettelijk vastgelegd worden.

Vennootschapsbelasting

Tariefverlaging

Het tarief voor eerste schijf vennootschapsbelasting geldt voor winsten tot en met €200.000. Dat tarief zal in 2019 20% bedragen en tegen 2021 verder dalen tot 16%. Ook winsten die in de tweede schijf vallen zullen geleidelijk minder belast worden. Tegen 2021 zal het tarief vennootschapsbelasting voor de tweede schijf dan 22,25% bedragen. Dat is 1,25% meer dan de kabinet vorig jaar aangaf.

Dividendbelasting

Afschaffing dividendbelasting

Dat de kabinet Rutte de dividendbelasting wou schrappen, is alom geweten. Of dit ook werkelijk zou gebeuren, bleef daarentegen de grote vraag. Daar gaf Minister Hoekstra op Prinsjesdag 2018 een antwoord op: de dividendbelasting verdwijnt definitief, maar wel pas 2020. Zo wordt/blijft Nederland een aantrekkelijker vestigingsland voor internationale bedrijven.

Invoering bronbelasting

Die afschaffing zal gepaard gaan met de invoering van bronbelasting. Door bronbelasting te heffen op dividenden naar jurisdicties met lage belastingen, wil de overheid cash flows naar belastingparadijzen uitsluiten. Daarnaast zal de bronbelasting ook gelden voor constructies met oog op belastingontwijking.

Omzetbelasting

Verhoging lage btw-tarief

Het btw-systeem, dat drie verschillende tarieven kent, zal als lage tarief voortaan 9% in plaats van 6% hebben. Dit lage tarief is vooral van toepassing op boodschappen en op sommige diensten. Naast een kleine toename aan de kassa heeft dit dus voornamelijk een administratieve aanpassingen voor ondernemers tot gevolg.

Verruiming Nederlandse btw-sportvrijstelling

De btw-sportvrijstelling die Nederland tot dusver toepaste, zal de Belastingdienst voortaan ook toekennen aan niet-winst-nastrevende sportverenigingen wanneer zij sport-gerelateerde prestaties verrichten voor niet-leden.

Erfbelasting

Aanpassing regeling belastingrente

Ook met betrekking tot de belastingrente voor erfbelastingrente stelt het kabinet een herziening voor. De belastingrente zou dan niet van toepassing zijn op de (voorlopige) aanslag erfbelasting. Dat zal evenwel alleen zo zijn wanneer het verzoek tot voorlopige aangifte en/ of de eigenlijke aangifte tijdig werd ingediend.

Milieubelasting

Verdere vergroening

De Nederlandse regering wil milieuvervuiling strenger gaan aanpakken, onder meer door een zwaardere belasting op aardgas. Meer ecologisch bewuste belastingplichtigen, daarentegen, worden beloond. Zo voorziet het kabinet een lagere elektriciteitsbelasting. Bovendien krijgen verhuurders die een huurwoning verbouwen met het oog op energiezuinigheid een heffingsvermindering. Ook wie met de (fiets) naar werk wil gaan, baat bij Belastingplan 2019. De overheid vereenvoudigde de fiscale fietsregeling, waardoor het voortaan mogelijk wordt een fiets van de zaak te gebruiken.

 

Hebt u nog vragen over het Belastingplan 2018 of over belastingen in het algemeen, dan kan u steeds contact met ons opnemen.