Wij adviseren zowel de btw-positie van uw houdstervennootschap, als die van de materiele ondernemingen waarin zij deelnemingen houdt nader te bekijken.
Contact Kim Sinnige

Aftrek van btw beperkt bij een houdstervennootschap die ook een btw-onderneming drijft

Onlangs heeft het Europese Hof van Justitie (HvJ) geoordeeld over het aftrekken van btw voor (houdster)vennootschappen die een btw-onderneming drijven en die daarnaast aandelen bezitten in een deelneming. Uit de uitspraak volgt dat een dergelijke vennootschap tegen een aftrekbeperking aan kan lopen.

De casus
MVM is een Hongaars staatsenergiebedrijf. MVM verricht activiteiten die onderworpen zijn aan de btw, namelijk het verhuren van elektriciteitscentrales en optisch vezelnetwerken. Hiernaast houdt MVM verschillende deelnemingen in het kader van opwekking of distributie van elektriciteit. Met deze dochterondernemingen heeft MVM een zeggenschapsovereenkomst gesloten naar Hongaars recht. Deze overeenkomst leidt ertoe dat MVM zich een erkende groep van ondernemingen mag noemen. MVM speelt een actieve rol in het bedrijfsbeheer van de deelnemingen en is tevens verantwoordelijk voor het strategisch management van de groep. Van een fiscale eenheid btw is geen sprake.

MVM koopt verschillende diensten in voor om het strategisch management en bedrijfsbeheer te verrichten. De btw op deze kosten worden volledig in aftrek gebracht. Deze btw-aftrek werd vervolgens door de Hongaarse belastingdienst bestreden.

Het HvJ gaat mee met de fiscus en oordeelt dat de btw op dergelijke kosten niet aftrekbaar is, omdat er geen verband bestaat met een btw-belaste handeling. Er is alleen recht op aftrek van de btw indien de kosten samenhangen met het geheel van diens btw-ondernemersactiviteiten. In casu dus de verhuuractiviteiten. In de gegeven casus acht het HvJ deze samenhang niet aannemelijk.

Het belang voor de Nederlandse praktijk
De btw-positie van holdings en andere entiteiten die deelnemingen bezitten is de laatste jaren steeds vaker voer voor discussie. Met dit oordeel van het HvJ blijkt duidelijk dat btw-aftrek die verband houdt met niet-economische activiteiten uitgesloten wordt. Voor de praktijk betekent dit dat het toerekenen aan verschillende activiteiten nog belangrijker wordt. Vennootschappen zullen zich moeten beraden over hun btw-positie.

Daarnaast zal de betreffende uitspraak aanleiding zijn tot wijziging van de holdingsresolutie. In deze resolutie is opgenomen dat wanneer een (houdster)vennootschap uit anderen hoofde btw-ondernemer is, de aftrek van btw niet wordt beperkt door het houden van aandelen in deelnemingen. Deze bepaling lijkt op basis van de uitspraak van het HvJ niet langer in stand te kunnen blijven.

Wat kunt u doen?
Op grond van bovenstaande raden wij aan zowel de btw-positie van uw houdstervennootschap, als die van de materiele ondernemingen waarin zij deelnemingen houdt nader te bekijken. Uiteraard kunnen onze adviseurs u hierin assisteren. Heeft u vragen over bovenstaande, of wilt u gebruik maken van onze deskundigheid? Neem dan gerust contact met ons op!