Woonplaatsonderzoek

De fiscale woonplaats van een persoon blijkt een ingewikkelde zaak, ook wanneer iemand al jaren niet meer in Nederland woont. Indien de Belastingdienst namelijk van mening is dat iemand met de Nederlandse nationaliteit na zijn emigratie uit Nederland sterke banden met Nederland blijft houden, kunnen zij een woonplaatsonderzoek starten. Een woonplaatsonderzoek door de Belastingdienst kan voor belastingplichtigen leiden tot veel frustratie en tijdsbesteding, ook wanneer deze belastingplichtige daadwerkelijk buiten Nederland woont. In deze blog zullen we ingaan op woonplaatsonderzoeken, hoe de fiscale woonplaats bepaald wordt en hoe de belastingplichtige hiermee goed kan omgaan:

  1. Wat is een woonplaatsonderzoek?
  2. Wat is de fiscale woonplaats van een persoon?
  3. Hoe wordt de fiscale woonplaats van een persoon bepaald?
  4. Wat kan ik doen bij een woonplaatsonderzoek?
  5. Afweging woonplaatsfactoren
Wat is een woonplaatsonderzoek?

Wanneer de Belastingdienst een woonplaatsonderzoek opstart, zullen zij aan de hand van openbare gegevens en eventueel derdenonderzoeken informatie verzamelen over de belastingplichtige om de fiscale woonplaats van de belastingplichtige te bepalen. Hierbij zal de Belastingdienst doorgaans ook een grote hoeveelheid aan gegevens opvragen bij de belastingplichtige. Aan de hand van deze informatie probeert de Belastingdienst vervolgens een beoordeling te maken of de belastingplichtige zijn fiscale woonplaats in Nederland heeft. Let op: een persoon kan in twee verschillende jurisdicties zijn of haar fiscale woonplaats hebben. Een fiscale woonplaats buiten Nederland sluit niet uit dat er tegelijkertijd sprake kan zijn van een fiscale woonplaats in Nederland.

Wat is de fiscale woonplaats van een persoon?

De fiscale woonplaats is de staat waar een persoon volgens de nationale belastingwetgeving is onderworpen aan de belastingwetgeving van deze staat. Voor veel personen is dit een simpele aangelegenheid, omdat zij wonen en werken in dezelfde staat en verder hun leven in deze staat hebben opgebouwd. Het bepalen van de fiscale woonplaats wordt echter een stuk complexer wanneer een persoon emigreert of gedurende een kalenderjaar veel tijd doorbrengt in verschillende landen. Doordat de fiscale woonplaats van een persoon een belangrijke rol speelt in de heffingsbevoegdheid van staten over het inkomen van die persoon, is er over dit onderwerp veel jurisprudentie en discussie in de juridische literatuur geweest.

Hoe wordt de fiscale woonplaats van een persoon bepaald?

De fiscale woonplaats van een persoon wordt bepaald door een veelvoud aan factoren, waarvan de inschrijving bij een gemeente als inwoner slechts een kleine rol speelt. Op basis van vaste jurisprudentie kijkt de Belastingdienst voor het bepalen van de fiscale woonplaats naar alle feiten en omstandigheden die relevant kunnen zijn voor het bepalen van de woonplaats van een persoon. Zoals uit de jurisprudentie blijkt, kan de plaats waar de belastingplichtige zijn huisdieren heeft zelfs een doorslaggevende rol spelen in het bepalen van de fiscale woonplaats van de belastingplichtige.

Wat kan ik doen bij een woonplaatsonderzoek?

Wanneer de Belastingdienst een woonplaatsonderzoek start, zal er veel informatie opgevraagd worden van de belastingplichtige. In beginsel kan een belastingplichtige daar weinig tegen doen, omdat de belastingplichtige op grond van artikel 47 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) verplicht is om de opgevraagde informatie – voor zover relevant voor de belastingheffing – te verstrekken aan de Belastingdienst. Vragen die niet direct op belastingheffing zien, maar daar indirect mee te maken kunnen hebben (ook als dit heel ver gezocht is) moeten door de belastingplichtige worden beantwoord.

Daarnaast is het mogelijk dat de Belastingdienst aanvullende vragen wil stellen aan de belastingplichtige. Sommige van deze vragen kunnen echter buiten de grenzen van een woonplaatsonderzoek treden. Hiervan is sprake wanneer de vragen van de Belastingdienst niet meer zien op de woonplaats van de belastingplichtige, maar de vragen zien op zaken zoals de eventuele ondernemingen van de belastingplichtige. In sommige gevallen kan de Belastingdienst ook vragen stellen over derde partijen. Indien de Belastingdienst vragen stelt die niet gericht zijn op het bepalen van de fiscale woonplaats van de belastingplichtige, kan de belastingplichtige aangeven dat hij niet gehouden is om deze vragen te beantwoorden. Daarbij moet de belastingplichtige duidelijk aangeven dat hij medewerking aan het woonplaatsonderzoek wil verlenen, maar geen vragen beantwoordt die niet op het woonplaatsonderzoek zien.

Afweging woonplaatsfactoren

Het vaststellen van de fiscale woonplaats van een belastingplichtige zal doorgaans leiden tot een afweging van de relevante woonplaatsfactoren. De weging die aan de relevante factoren gegeven wordt is daarbij lastig te bepalen, omdat dit niet objectief bepaalbaar is. Daarentegen heeft de Hoge Raad in verschillende arresten oordelen uitgesproken over doorslaggevende factoren. Verder is het altijd van belang of een belastingplichtige in de verschillende jurisdicties een (al dan niet tijdelijke) woning ter beschikking heeft. Het hebben van een woning in twee verschillende staten leidt er in beginsel toe dat een belastingverdrag tussen Nederland en de andere jurisdictie van toepassing is, op basis waarvan een belastingplichtige mogelijk verdragsbescherming geniet, ondanks het hebben van zijn fiscale woonplaats in Nederland.

Wij hebben ervaring met woonplaatsonderzoeken door de Belastingdienst en werken nauw samen met enkele specialisten op dit gebied. Heeft u te maken met een woonplaatsonderzoek door de Belastingdienst of vraagt u zich af of er een risico is dat u in de toekomst te maken krijgt met een woonplaatsonderzoek? Neem dan gerust contact op met ons team of in het bijzonder met Ahmed Houçine, wij kunnen dan een afweging van de relevante factoren maken, op basis van uw situatie.