Verhuren van je tuinhuis? Pas op!

Het platform Airbnb maakt de afgelopen jaren een enorme vlucht. Het is in de basis dan ook erg makkelijk; je meldt je aan, je geeft aan dat je voor een bepaalde periode een ruimte beschikbaar hebt en voor je het weet is deze verhuurd. Steeds meer mensen verhuren hun extra kamer of zelfs hun eigen huis als ze een periode weg zijn. Ook is het mogelijk om je leegstaande tuinhuis te verhuren. Altijd lekker om extra inkomsten te hebben, maar hoe moeten deze worden belast? Grote kans dat je bij de verhuur van een tuinhuis denkt dat deze inkomsten moeten worden ‘belast’ in box 3. Geen gekke gedachte, zo oordeelden de Rechtbank Noord-Holland en het Gerechtshof Amsterdam immers ook. Maar deze werden teruggefloten door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:1448). De Hoge Raad bepaalde uiteindelijk dat de inkomsten uit het verhuren van een tuinhuis progressief belast zijn in box 1.

  1. Oordeel Rechtbank
  2. Oordeel Gerechtshof
  3. Oordeel Hoge Raad
Oordeel Rechtbank

Wat was nu de precieze situatie? Een belastingplichtige heeft in het jaar 2015 zijn tuinhuisje verhuurd gedurende 21 dagen. De belastingplichtige heeft gekozen om deze opbrengsten niet op te geven in zijn aangifte inkomstenbelasting, hij was namelijk van mening dat het vakantiehuisje onderdeel was van de box 3 grondslag waardoor er slechts forfaitair belast moet worden. De belastinginspecteur is het hier niet mee eens en heeft een navorderingsaanslag opgelegd waarin op grond van artikel 3.113 wet IB 2001 70% van de huurinkomsten tot het inkomen van box 1 wordt gerekend. Dit artikel luidde in 2015 als volgt:

“Met betrekking tot de eigen woning die tijdelijk ter beschikking is gesteld aan derden wordt het ingevolge artikel 3.112 als voordelen uit eigen woning in aanmerking te nemen bedrag vermeerderd met 70 percent van de voordelen ter zake van het ter beschikking stellen.”

Rechtbank Noord-Holland gaf de belastingplichtige gelijk. Volgens haar blijkt uit de parlementaire toelichting en de wetsgeschiedenis dat dit artikel alleen ziet op situaties waarin de gehele eigen woning wordt verhuurd. Doordat in art. 3.111, lid 7 wordt bepaald dat het tijdelijk ter beschikking stellen van een woning aan derden, daaraan niet het karakter van hoofdverblijf ontneemt is de woning nog steeds het hoofdverblijf van de belastingplichtige. Hierdoor zijn de opbrengsten niet belast in box 1.

Oordeel Gerechtshof

Het Gerechtshof Amsterdam sluit zich aan bij deze uitspraak, zij het met een andere argumentatie. Volgens het Hof is het tuinhuis geen onderdeel van de eigen woning. Door de verhuur staat het slechts tijdelijk als hoofdverblijf aan de belastingplichtige ter beschikking. Hieruit volgt dat het tuinhuis behoort tot de grondslag van box 3 en dus slechts forfaitair wordt belast. Dit oordeel is opvallend te noemen. Als het tuinhuis niet permanent bedoeld is voor de tijdelijke verhuur en daarnaast wordt gebruikt door belastingplichtige dan volgt uit art. 3.111, lid 1 wet IB 2001 dat het tuinhuis behoort tot de fiscale eigen woning van de belastingplichtige.

Oordeel Hoge Raad

Dit oordeel wordt van tafel geveegd door de Hoge Raad. De Hoge Raad beslist dat het tuinhuis ook in de periode van tijdelijke verhuur nog steeds onderdeel is van de eigen woning. Dit sluit aan bij de intentie van de wetgever dat er met betrekking tot de eigenwoningregeling geen fiscale gevolgen zijn bij een tijdelijke terbeschikkingstelling van een eigen woning aan derden.

Waar de Rechtbank aan de hand van de parlementaire geschiedenis concludeert dat de inkomsten niet belast zijn op grond van art. 3.113 wet IB 2001 oordeelt de Hoge Raad juist precies het tegenovergestelde. Volgens haar is deze lezing van de bepaling niet in overeenstemming met het doel van de wetgever. Hieruit concludeert de Hoge Raad dus dat de inkomsten wel volgens art. 3.113 wet IB 2001 belast zijn in box 1.

Het is duidelijk dat bovenstaande uitspraken niet geheel logisch in elkaar overgaan, omdat iedere instantie een ander oordeel velt. Dat er in de literatuur ook nog onenigheid over bestaat, maakt het ook niet makkelijk. Het arrest van de Hoge Raad schept nu wel duidelijkheid: de opbrengsten van de verhuur van een tuinhuis voor een korte periode zijn belastbaar in box 1. Pas de komende periode dus goed op als je besluit je tuinhuis te verhuren. Naast het in acht nemen van de Coronamaatregelen is het daarom ook verstandig om vanuit fiscaal perspectief goed voorbereid te zijn.

Meer berichten van Victoria Serobian