Gevolgen Belastingplan 2021 voor de vennootschapsbelasting

Traditiegetrouw heeft het kabinet op Prinsjesdag het Belastingplan voor het volgende jaar bekend gemaakt. In het Belastingplan 2021 zijn een aantal wijzigingen opgenomen ten opzichte van de huidige wetgeving. Zo zijn er verschillende tarieven veranderd in zowel de vennootschapsbelasting en de overdrachtsbelasting. Daarnaast zijn er voor de vennootschapsbelasting ook een aantal inhoudelijke veranderingen geweest; zo is er onder andere een aanpassing in de verliesverrekening en veranderen de regels met betrekking tot de liquidatieverliesverrekening.

  1. Verliesverrekening
  2. Liquidatieverliesverrekening
  3. Aanvullende substance vereisten voor intragroepsfinanciering/-licensing
  4. Arm’s length-beginsel wijziging
  5. Beperking verrekening voorheffingen met vennootschapsbelasting
  6. Voorstel uitbreiding art. 10a VPB
Verliesverrekening

Ten eerste heeft het kabinet een voorstel gedaan tot een aanpassing van de verliesverrekening vanaf 2022. Hiermee moet worden bereikt dat grote winstgevende bedrijven altijd vennootschapsbelasting moeten betalen als ze winst maken. In de huidige situatie kunnen hun fiscale winst vaak verminderen tot nihil door de verliesverrekening. Dit komt doordat in de huidige situatie de verliezen volledig verrekenbaar zijn in een bepaald jaar, een grote winst kan dus worden verrekend met een groot verlies. De termijn van 6 jaar was hierdoor geen probleem. Het nieuwe voorstel beperkt de verliesverrekening per jaar tot €1 miljoen + 50% van de winst boven €1 miljoen. Hierdoor kan dus niet de volledige winst worden ‘weg-verrekend’. Echter, de termijn van 6 jaar zal wel vervallen waardoor een onderneming nog steeds de mogelijkheid om haar verliezen te verrekenen, iets wat goed aansluit bij de totaalwinstgedachte.

Liquidatieverliesrekening

De liquidatieverliesregeling zorgt ervoor dat een moedervennootschap verliezen in aftrek kan brengen die zijn geleden bij een dochtervennootschap, voorwaarde hierbij is dat de dochtervennootschap is ontbonden. Dit gaat tegen de deelnemingsvrijstelling in waarin winsten en verliezen van dochters niet worden belast of verrekend bij moedervennootschappen. In de praktijk blijkt vaak dat er constructies werden opgezet om deze verliezen in Nederland in aftrek te brengen, waardoor de belastingrondslag wordt uitgehold.

De nieuwe regeling is voor verliezen tot en met €5 miljoen onveranderd. Om een liquidatieverlies van meer dan €5 miljoen in aanmerking te nemen moet er worden voldaan aan drie voorwaarden: de moedervennootschap moet ten minste 50% van de stemrechten hebben in de te ontbinden vennootschap, de te ontbinden dochter is gevestigd in de EU of in een staat waarmee de EU een associatieovereenkomst heeft gesloten en in de vijf jaren onmiddellijk voorafgaand aan het voltooien van de vereffening moet er al aan deze voorwaarden zijn voldaan. Er geldt een versoepeling als de deelneming pas gedurende die periode een deelneming werd. Als laatst moet de vereffening binnen drie jaar na liquidatie (of het besluit daartoe) zijn voltooid.

Daarnaast heeft het kabinet ook een aantal maatregelen opgenomen om kunstmatige constructies te voorkomen. Zo wordt met een doorkijkbepaling voorkomen dat via een (tussen)houdster wordt ontkomen aan de regeling. Hierbij moet worden gekeken of het liquidatieverlies ook had kunnen worden genomen als de belastingplichtige het belang direct zou hebben gehouden.

Aanvullende substance vereisten voor intragroepsfinanciering/-licensing

Vanaf 2021 zullen er extra substance vereisten zijn voor dienstverlenende lichamen. Deze lichamen zijn Nederlandse belastingplichtig en hebben activiteiten die voor minstens 70% bestaan uit het direct of indirect ontvangen en betalen van rente, royalty’s en huur van een buitenlandse groepsmaatschappij. Om binnenlands belastingplichtig te zijn voor de vennootschapsbelasting moeten zij vanaf 2021, boven op de al geldende vereisten, ten minste €100.000 aan loonkosten hebben en ten minste 24 maanden over een kantoorruimte beschikken.

Als niet aan deze vereisten wordt voldaan kan al informatie worden uitgewisseld met de bronstaat van het inkomen. Dit kan tot gevolg hebben dat de bronstaat verdragsvoordelen onthoudt waardoor de onderneming meer belasting is verschuldigd.

Arm’s length-beginsel wijziging

Het Arm’s length-beginsel zorgt ervoor dat handel en transacties tussen groepsvennootschappen op een marktconforme manier gebeurt. Het kabinet wil informeel kapitaal-structuren aanpakken door in 2021 met een wetsvoorstel te komen waarin een neerwaartse aanpassing van het Nederlandse belastbare bedrag wordt beperkt in gevallen waarin dit bedrag bij de ontvanger niet of lager wordt belast.

Beperking verrekening voorheffingen met vennootschapsbelasting

Het kabinet wil per 1 januari 2022 de verrekening van dividendbelasting en kansspelbelasting met de vennootschapsbelasting beperken. Deze maatregel zal de verrekening van voorheffingen beperken tot de in een jaar verschuldigde vennootschapsbelasting. Niet-verrekende voorheffingen zullen naar een volgend jaar worden doorgeschoven.

Voorstel uitbreiding art. 10a VPB

In het belastingplan 2021 heeft het kabinet voorgesteld om artikel 10a uit te breiden met een achtste lid. In het achtste lid wordt opgenomen dat per besmette geldlening beoordeeld dient te worden of sprake is van een bate of last. Indien sprake is van een bate, valt deze niet langer onder de werking van 10a en is deze niet vrijgesteld. Doordat de toets nu per geldlening dient plaats te vinden, valt niet het uiteindelijke saldo onder de aftrekbeperking, maar wordt per geldlening beoordeeld of er sprake is van een bate of van een last. De regeling wordt nu dusdanig aangepast dat de vrijstelling niet hoger kan zijn dan de aftrekbepaling

Alle wijzigingen hebben als doel dat het voor de belastingplichtige lastiger is om de belastbare winst in een bepaald jaar te verminderen. Deze maatregelen zorgen misschien niet allemaal voor een verhoging van de totale belastingopbrengst, maar zorgen dat belastingopbrengst meer verspreid wordt over de jaren. Over een aantal jaar zal moeten blijken of dit daadwerkelijk zo is, vooral de nieuwe liquidatieverliesrekening is er eentje om goed in de gaten te houden.